Vrijstellingen
De in artikel 2 bedoelde rechten worden niet geheven ter zake van:
het hebben van voorwerpen of werken, ten behoeve van eigendommen
welke bij de ge-meente of haar instellingen in gebruik zijn, met
uitzondering van eigendommen welke aan derden zijn verhuurd of in
beheer en exploitatie zijn gegeven;
het hebben van voorwerpen of werken welke, noodzakelijk voor de
uitoefening van hun pu-bliekrechtelijke taak, door het rijk, de
provincie, de gemeente of door waterschappen zijn aangebracht of
geplaatst;
het hebben van kabels, buizen, leidingen en degelijke door
nutsbedrijven, met uitzondering van centrale antenne
inrichtingen;
verzamelbakken, zoals glascontainers, welke in het belang van het
hergebruik van afzon-derlijk in te zamelen afvalstoffen bedoeld in
artikel 30 van de Afvalstoffenwet op of in de voor de openbare
dienst bestemde grond zijn geplaatst;
brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen;
wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse
Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;
het hebben van voorwerpen waarvan de aanwezigheid door de gemeente
op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden
gedoogd;
het hebben van voorwerpen uitsluitend langs de gevel aangebracht,
welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,10 meter
buiten de gevel steken;
het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd door een liefdadig
doel en of door instelling of groeperingen welke een bijdrage kunnen
leveren tot politieke of maatschappe-lijke bewustwording van de
burgers, doch welke nog direct, nog indirect een zakelijk belang
nastreven.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invorderingvan precariorechten 2003