**1..** Als op grond van het inrichtingsplan voor een markt het wachtlijststelsel wordt gehanteerd voor de toekenning van vaste-standplaatsvergunningen, geldt het volgende.
**2..** Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van de kandidaten voor een vaste-standplaatsvergunning die daarvoor een aanvraag hebben ingediend en die een handelingsbekwame natuurlijke persoon zijn (wachtlijst). .
**3..** Het verzoek om plaatsing op de wachtlijst is een kalenderjaar geldig. De verzoeker dient zelf voor verlenging zorg te dragen.
**4..** Op de wachtlijst worden bij iedere kandidaat vermeld:
diens naam en voornamen, geboortedatum en -plaats, adres en woonplaats;
de datum van de aanvraag;
de branche waartoe de kandidaat behoort of de soort artikelen die hij wenst te verhandelen;
informatie over de uitstalling die de kandidaat wenst te gebruiken.
**5..** De kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van inschrijving op de wachtlijst.
**6..** De inschrijving wordt doorgehaald als aan de kandidaat een vaste-standplaatsvergunning is toegekend, als hij reeds drie keren heeft afgezien van een vaste-standplaatsvergunning waarvoor hij overeenkomstig het volgende lid in aanmerking kwam, op zijn schriftelijke aanvraag, na zijn overlijden, als hij onder curatele is gesteld of als hij niet vóór 1 januari van het lopende jaar een aanvraag om verlenging voor dat jaar heeft gedaan.
**7..** Als er ruimte is om een nieuwe vaste-standplaatsvergunning toe te kennen, komt daarvoor als eerste in aanmerking de hoogstgeplaatste kandidaat die op de wachtlijst staat en die voldoet aan de vereisten voor toekenning. Daarna komen andere aanvragers in aanmerking, in volgorde van indiening van hun aanvraag tot plaatsing op de wachtlijst. De kandidaat die in aanmerking komt voor de vergunning dient daarvoor binnen twee weken een aanvraag in te dienen.
**8..** Toekenning van een vaste-standplaatsvergunning op basis van het wachtlijststelsel is pas van toepassing als geen gebruik is gemaakt van toekenning op basis van het ancienniteitsstelsel zoals bedoeld in artikel 5.