De verlaging als bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt 20% van de norm als bedoeld in artikel 28, lid 1, onderdeel d, indien de jongere een woning bewoont waaraan voor de jongere geen woonkosten verbonden zijn. Daaronder wordt mede begrepen: het niet aanhouden van een woning.
HOOFDSTUK 3
Artikel 5
– Verlaging in verband met de woonsituatie
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen wet investeren in jongeren Leidschendam-Voorburg 2010