Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5

Artikel 2:10

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan II

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2015

1.. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: vlaggen, wimpels, zonneschermen en vlaggenstokken indien ze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt en mits: ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg; geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; en geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg aangebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; evenementen als bedoeld in artikel 2.24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; uitstallingen, voor zover deze niet zodanig zijn opgesteld dat zij hinder voor het verkeer kunnen opleveren en mits wordt voldaan aan de door het college te stellen nadere regels met betrekking tot het plaatsen van uitstallingen op de openbare weg; plantenbakken en gevelbanken, voor zover deze niet zodanig zijn opgesteld dat zij hinder voor het verkeer kunnen opleveren en mits wordt voldaan aan de door het college te stellen nadere regels met betrekking tot het plaatsen van plantenbakken en gevelbanken op de openbare weg; bouwmaterialen en bouwmaterieel, voor zover deze niet zodanig zijn opgesteld dat zij hinder voor het verkeer kunnen opleveren en mits wordt voldaan aan de door het college te stellen nadere regels met betrekking tot het plaatsen van bouwmaterialen en bouwmaterieel op de openbare weg; terrassen, voor zover deze niet zodanig zijn opgesteld dat zij hinder voor het verkeer kunnen opleveren en mits wordt voldaan aan de door het college te stellen nadere regels met betrekking tot het plaatsen van een terras op de openbare weg; 4.. Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor tekstkarren, mits: tekstkarren geplaatst worden binnen de bebouwde kom. Dat wil zeggen: aan een weg achter een kombord, niet zijnde een weg met een maximumsnelheid van boven de 50 km/u; tekstkarren geplaatst worden op een locatie aan de weg waar zich binnen een afstand van 50 meter geen kruispunt, rotonde, fietsoversteek, bushalte en/of voetgangersoversteek bevinden; tekstkarren geplaatst worden langs een recht stuk weg. Dat wil zeggen: niet in een bocht, niet voor een bocht en niet vlak na een bocht; de tekstkarren geplaatst worden dat bebording goed zichtbaar blijft; de tekstkarren geplaatst worden dat er voldoende zicht is op uitritten / vanuit uitritten; de tekstkarren mogen in het kader van de verkeersveiligheid niet knipperen; degene die de tekstkarren plaatst de burgemeester tenminste vier weken voorafgaand daaraan in kennis stelt met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier. Voor de plaatsing van tekstkarren aan provinciale wegen is toestemming van de Provincie Utrecht nodig. Wanneer binnen twee weken na ontvangst van het meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden, dan mag(mogen) tekstkar(ren) zoals die zijn aangemeld, maximaal 5 werkdagen geplaatst worden. 5.. Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, en indien hogere regelgeving van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel