Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5.

Verstrekken van een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening op het sociaal domein Alphen aan den Rijn 2015

1.. Het college besluit een maatwerkvoorziening te verstrekken voor zover in het verslag of integraal plan wordt aangegeven dat de inwoner: op eigen kracht of met zijn sociaal netwerk geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, en geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening, en met deze voorziening zelfredzaam wordt of kan participeren, en geen gebruik kan maken van een voorziening die algemeen gebruikelijk is, en 2.. Als het college van oordeel is dat de hulpvraag redelijkerwijs te voorzien én te voorkomen was, kan het college besluiten de inwoner niet in aanmerking te laten komen voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. 3.. Het college houdt bij het bepalen welke voorziening en/of ondersteuning het meest doelmatig, adequaat en toereikend is, rekening met de omstandigheden, behoeften en (functionele) mogelijkheden van een inwoner. 4.. Voor bepaalde voorzieningen kunnen nog aparte voorwaarden van kracht zijn. Deze staan genoemd in deze verordening, nadere regels of in de betreffende wetten. 5.. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag, degene door of namens wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten: op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen; op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door één of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. 6.. Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: het een melding of aanvraag betreft van een inwoner die niet eerder een voorziening heeft gehad of met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 gevoerd is; het een melding of aanvraag betreft van een inwoner die wel eerder een voorziening heeft gehad of met wie wel eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 gevoerd is, maar van wie de omstandigheden zodanig veranderd zijn dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden; het college dat overigens gewenst vindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel