Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 11

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2015

Een persoon met een beperking kan voor een woningaanpassing in aanmerking komen indien een verhuizing naar een aangepaste of makkelijker aan te passen woning niet te realiseren of niet de goedkoopst adequate oplossing is en ook een algemene voorziening geen oplossing kan bieden. Hierbij dient de belanghebbende van de voorziening afhankelijk te zijn voor het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Bij een woningaanpassing gaat het om de belemmeringen in en rond de woning te verminderen of op te heffen. Het betreffen de belemmeringen met betrekking tot de normale woonfuncties als slapen, eten, lichaamsreiniging en dergelijke. Voor het bereiken van de woning wordt gesteld dat voor aanpassing in aanmerking komt 20 vierkante meter verhard pad tussen de openbare weg en de toegang van de woning die gebruikt wordt. Het gebruik van een hobby-, werk- of recreatieruimte valt niet onder de compensatieplicht van de gemeente. Evenmin is het de bedoeling dat vanuit professionele oppas of verzorgingsoogpunt dan wel vanuit therapeutisch oogpunt hulpmiddelen en/of voorzieningen worden aangebracht of dat er belemmeringen worden opgeworpen. Hulpmiddelen ten behoeve van professionele verzorging zijn uitgesloten. Bij een woonvoorziening dient nagegaan te worden wat voor de belanghebbende de essentiële woonruimten zijn. Onder essentiële woonruimte wordt verstaan: een slaapgelegenheid die bereikt en gebruikt kan worden; een toiletgelegenheid die bereikt en gebruikt kan worden; een natte cel die gebruikt en bereikt kan worden; een kookgelegenheid/keuken die gebruikt en bereikt kan worden; een woonkamer die gebruikt en bereikt kan worden; de toegang tot de woning die gebruikt en bereikt kan worden. Bij het bepalen of een belanghebbende al dan niet in aanmerking komt voor een woonvoorziening en bij het selecteren van een noodzakelijke voorziening spelen de volgende factoren een rol: ernst en omvang van de beperkingen; het ziekteverloop/de prognose; de noodzaak van de voorziening(en); de intensiteit van het gebruik van de voorziening(en); bouwkundige situatie; de aanwezigheid van alternatieve oplossingen. Wat betreft de ernst en omvang van de beperkingen, zoals aangegeven in lid 4 onder a, die tot de belemmering(en) leidt worden onderscheiden: geen probleem; met moeite maar wel alleen/zelfstandig; alleen met voorziening maar zonder andere persoon; alleen met enige hulp van andere persoon al dan niet met voorziening; alleen met voortdurende assistentie, maar zonder voorziening; alleen met voortdurende assistentie en bovendien met voorziening; onmogelijk, ook met voorziening en/of hulp ander persoon. Of de belanghebbende in aanmerking komt voor een onroerende, roerende of financiële voorziening of een combinatie hiervan, hangt af van de ondervonden beperkingen en belemmeringen, van de bouwkundige situatie van de woning en van de goedkoopst adequate oplossing. Een aanbouw wordt alleen overwogen als essentiële woonruimtes niet op een andere manier bereikbaar kunnen worden gemaakt (verhuizing heeft het primaat) en een losse woonunit geen goedkopere en meest adequate oplossing is. Ook het feit dat de verhuurder de huurwoning niet beschikbaar wil houden voor personen met een beperking of geen toestemming wil geven voor de verbouwing kan een reden zijn om een losse woonunit te verstrekken. De belanghebbende kan wanneer er sprake is van een aantoonbare allergie voor huisstofmijt en dit aantoonbare beperkingen met zich meebrengt in aanmerking komen voor sanering van de vloerbedekking in de slaapkamer. Bij uitzondering kan ook de vloerbedekking in de woonkamer worden gesaneerd, indien betrokkene bijvoorbeeld aantoonbaar een groot deel van de dag in de woonkamer doorbrengt (moet doorbrengen). Sanering van gordijnen, gestoffeerde meubels e.d. komen niet voor vergoeding in aanmerking. Deze hoeven niet acuut te worden vervangen en kunnen op termijn, passend binnen het budget van de belanghebbende, worden vervangen. Een vergoeding voor sanering onder lid 10, artikel 9, is slechts mogelijk, voor zover de betreffende vloerbedekking nog niet is afgeschreven. Als afschrijvingstermijn wordt 8 jaar gehanteerd, zodat de financiële tegemoetkoming als volgt wordt vastgesteld: 0 - 2 jaar oud: vergoeding 100% van de aanschafkosten; 2 - 4 jaar oud: 75% van de kosten; 4 - 6 jaar oud: 50% van de kosten; 6 - 8 jaar oud; 25% van de kosten. Indien het artikel 8 jaar of ouder is, wordt geen vergoeding verstrekt. Voor het kwaliteitsniveau van de aanpassingen wordt aangesloten bij de eisen zoals deze in het bouwbesluit zijn geformuleerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel