Naar hoofdinhoud
Deze verordening wordt aangehaald als: Afstemmings- en fraudeverordening Wet werk en bijstand en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers 2010. Algemene toelichting De regeling in de Wet werk en bijstand en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Met de inwerkingtreding van de WWB is het systeem van boeten en verlagingen van de Algemene bijstandswet vervallen. In plaats daarvan moeten gemeenten zelf hun fraude- en sanctiebeleid vormgeven. De WWB kent slechts één soort sanctie: het verlagen van de uitkering. De boete als sanctie voor uitkeringsgerechtigden die hun inlichtingenplicht hebben geschonden, is verdwenen. Per 1 januari 2010 is de Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten van kracht. Deze wet heeft onder meer tot gevolg dat het Boetebesluit socialezekerheidswetten en het Maatregelenbesluit vervalt voor de Ioaw en de gemeente eigen beleid vast moet stellen over het verlagen van de uitkering en bestrijding van fraude. Artikel 8, 8a WWB en artikel 35 Ioaw geven de gemeenteraad de opdracht om fraude- en verlagingenbeleid in een verordening vast te leggen. Artikel 18 WWB en artikel 20 Ioaw dienen als basis voor de verordening. Er is een directe koppeling gelegd tussen de rechten en verplichtingen van uitkeringsgerechtigden: het recht op een uitkering is altijd verbonden aan de plicht zich in te zetten om weer onafhankelijk van de uitkering te worden. Wanneer het college tot het oordeel komt dat een uitkeringsgerechtigde zijn verplichtingen niet of in onvoldoende mate nakomt, wordt de uitkering verlaagd. Er is dus geen sprake van een bevoegdheid, maar van een verplichting. Alleen wanneer iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, ziet het college af van zo’n verlaging. Verlaging van de uitkering vindt plaats overeenkomstig een door de gemeenteraad vast te stellen verordening. Dit is de afstemmingsverordening. Regelen in de verordening of in beleidsregels De raad mag voor wat betreft de afstemmingsverordening geen regelgevende bevoegdheid delegeren aan het college. Dit met het oog op rechtszekerheid. Elke uitkeringsgerechtigde moet de op hem of haar van toepassing zijnde verlaging uit de Afstemmingsverordening kunnen halen. Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel