Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2010

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: a. die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; b. die door de “Stichting Hulphond Nederland“ als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld; c. die in een hondenasiel verblijven als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; d. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij samen met de moederhond worden gehouden; f. door ambtenaren van de overheidsinstellingen gehouden ter verrichting van opsporingsdiensten; g. die overeenkomstig de Regeling politiehonden van 4 april 2006, paragraaf 1 artikel 1, paragraaf 2 artikel 1 en 2, eigendom zijn van een regio of de Staat en die onder toezicht staan van een geleider die beschikt over een geldig certificaat dat is afgegeven op naam van de combinatie van de geleider en de desbetreffende hond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel