1.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij aanvang van het parkeren.
2.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
3.
Indien een parkeervergunning met de geldigheidsduur van een jaar in de loop van het jaar wordt ingetrokken, wordt naar evenredigheid restitutie van de parkeerbelastingen verleend over het aantal volle kalendermaanden waarin van de vergunning geen gebruik meer wordt gemaakt.
Hoofdstuk
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld en ontheffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010