1.
De belasting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.
Met betrekking tot de belasting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, is de belasting indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting in de loop van het belastingjaar aanvangt verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.
Met betrekking tot de belasting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, bestaat aanspraak op ontheffing, indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting in de loop van het belastingjaar eindigt, voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
Hoofdstuk
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010