1 Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
2Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen bij het begraven mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. De beheerder geeft de nabestaanden alleen toestemming voor het verrichten van werkzaamheden die zij met inachtneming van de wettelijke regels kunnen verrichten en werkzaamheden die geen speciale kundigheid vereisen waarvan aangenomen mag worden dat de nabestaanden daarover niet beschikken.
2Artikel 7a Gebruik begraafplaats
Op de gemeentelijke begraafplaats in Aadorp mogen slechts inwoners van het dorp Aadorp worden begraven
Het College van Burgemeester en Wethouders kan ontheffing verlenen van de beperking bedoeld in artikel 7a lid 1.
2Artikel 8 Bijzondere diensten en faciliteiten
1Het gebruik van bijzondere diensten en faciliteiten moet uiterlijk om 12.00 uur van de
1 werkdag voorafgaande aan de dag waarop men gebruik wil maken van deze bijzondere diensten en faciliteiten worden aangevraagd bij de beheerder.
22 Deze bijzondere diensten en faciliteiten staan voor iedere plechtigheid ter beschikking van de aanvrager.
2Artikel 9 Over te leggen stukken
21 Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.
22 Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
23 Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 17, tweede lid.
24 De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.
2Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging
21 De tijd van begraven en het bezorgen van as is:
2op werkdagen van 9.00 tot 15.00 uur;
2op zaterdag en zondag van 10.00 tot 15.00 uur;
22 Het College van Burgemeester en Wethouders kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
2HOOFDSTUK IV INDELING EN UITGIFTE VAN GRAVEN
2Artikel 11 Indeling graven en asbezorging
21 Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:
2a eigen graven en eigen urnengraven;
2b eigen urnennissen;
2c eigen gedenkplaatsen.
22 Het College van Burgemeester en Wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens de afmetingen van de eigen graven.
2Artikel 12 Aantal overledenen in algemene graven
2Het College van Burgemeester en Wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken er kunnen worden bijgezet in de algemene graven. Zij bepalen tevens de afmetingen van de algemene graven.
2Artikel 13 Volgorde van uitgifte
21 De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.
2Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.
2Artikel 14 Categorieën
2Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.
2Artikel 15 Termijnen eigen graven
21 Het College van Burgemeester en Wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig of dertig jaar het uitsluitend recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.
22 Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
23 Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
2Artikel 16 Grafkelder
2Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.
2Artikel 17 Overschrijving van verleende rechten
21 Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot, de geregistreerde partner of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen of van een rechtspersoon is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
22 Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, de geregistreerde partner of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
23 Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het College van Burgemeester en Wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn het College van Burgemeester en Wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.
24 Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen het College van Burgemeester en Wethouders het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.
2Artikel 18 Afstand doen van graven
2Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen het College van Burgemeester en Wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
2HOOFDSTUK V GRAFBEDEKKINGEN
2Artikel 19 Vergunning grafbedekking
21 Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het College van Burgemeester en Wethouders.
22 Omtrent de wijze van aanvrage van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen Burgemeester en Wethouders nadere regels vaststellen.
23 Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.
24 Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen de vergunning weigeren indien:
2a niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;
2b de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
2c de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
2d de constructie van het gedenkteken ondeugdelijk is.
2 e de financiële verplichtingen betreffende de grafrechten niet zijn voldaan.
2Artikel 20 Grafbeplanting en voorwerpen
2Beplantingen en losse voorwerpen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd.
2Artikel 21 Verwijdering grafbedekking
21 De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het College van Burgemeester en Wethouders worden verwijderd.
22 Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het College van Burgemeester en Wethouders ingediende aanvraag, kan de grafbedekking gedurende 3 maanden voor afloop van de termijn door of namens de rechthebbende worden verwijderd.
2Artikel 22 Tijdelijk verwijdering en afneming en aanbrenging van grafbedekking
21 De rechthebbenden op graven zijn verplicht bij begraving in of voor noodzakelijk onderhoud van belendende graven de tijdelijke verwijdering toe te staan van al hetgeen op of om hun graven is geplaatst of geplant.
22 Bij de begraving of bijzetting in, de ruiming van en de opgraving uit graven dient het afnemen en aanbrengen van daarop aanwezige grafbedekking en het openen en sluiten van grafkelders door een erkende steenhouwer en voor rekening van de rechthebbende te geschieden.
2Artikel 23
2Vervallen artikel.
2Artikel 24 Onderhoud door de rechthebbende
De in artikel 19 bedoelde grafmonumenten, beplantingen of andere grafbedekkingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende.
De rechthebbende op een graf is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.
In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een graf, waarop een uitsluitend recht berust, voor zover dit onderhoud niet op de houder van de begraafplaats berust, kan deze verwaarlozing worden geconstateerd bij een schriftelijke verklaring van de houder van de begraafplaats, die hij toezendt aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is of redelijk bekend kan zijn.
Blijkt het adres onbekend dan wordt de verklaring aangeplakt bij de ingang van de begraafplaats. Een mededeling daarvan wordt bij het graf aangeplakt.
Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud is voorzien, vervalt in ieder geval dertig jaren nadat in dat graf de laatste bijzetting heeft plaats gevonden het uitsluitend recht voor onbepaalde tijd op het graf.
Het College van Burgemeester en Wethouders kunnen de grafbedekking doen verwijderen indien toepassing is gegeven aan het vierde en vijfde lid. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
2HOOFDSTUK VI RUIMING VAN GRAVEN ENURNENNISSEN
2Artikel 25 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
21 De ruiming van graven waarop de rechten zijn geëindigd of vervallen geschiedt vanwege de gemeente.
22 De bij de ruiming nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.
2HOOFDSTUK VII INSTANDHOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING
2Artikel 26 Lijst
21 Het College van Burgemeester en Wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
22 Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken het College van Burgemeester en Wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
23 De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
2HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN
2Artikel 27 Overgangsbepaling
De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die voortvloeien uit de ingevolge artikel 29 ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan, met dien verstande dat de ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds gevestigde uitsluitende rechten op eigen graven in volle omvang worden gehandhaafd.
Voor de ingevolge deze verordening gevestigde uitsluitende rechten op graven geldt nadrukkelijk dat zij worden gevestigd onder de nadere voorwaarden, bij eventuele aanvulling of wijziging van deze verordening te stellen.
2Artikel 28 Strafbepaling
21 Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 3e lid en 4, 1e, 2e, 3e, 6e en 7e lid wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
22 Overtreding van artikel 4, 1e lid van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Hoofdstuk
Artikel 7
Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
Onderdeel van Verordening op het gebruik en beheer van de begraafplaats te Aadorp