Naar hoofdinhoud
In artikel 9, tweede lid van de Participatiewet is vastgelegd dat het college, indien daarvoor dringende redenen – zoals zorgaken – aanwezig zijn, in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan verlenen van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie. Tevens is in de wet vastgelegd dat het college geen tegenprestatie oplegt in de volgende situaties: de belanghebbende is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt als bedoeld in artikel 4, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Dit is geregeld in artikel 9, vijfde lid Participatiewet. de belanghebbende is alleenstaande ouder en heeft een ontheffing als bedoeld in artikel 9a Participatiewet, artikel 38, eerste lid IOAW of artikel 38, eerste lid IOAZ. Dit is geregeld in artikel 9, zevende lid Participatiewet, artikel 37a, vierde lid IOAW en artikel 37a, vierde lid IOAZ. In artikel 5 van deze verordening is daarnaast vastgelegd dat het college geen tegenprestatie oplegt indien: de uitkeringsgerechtigde deelneemt aan een scholingstraject of een traject in het kader van de arbeidsinschakeling; de uitkeringsgerechtigde reeds aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met in artikel 4 gestelde criteria; of de uitkeringsgerechtigde verricht mantelzorg, voor zover het verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van het college voldoende is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel