De bewoners van de binnen het op de bij deze verordening behorende kaart aangemerkte gebied gelegen woningen alsmede de gebruikers van de in dit gebied gelegen gebouwen, voorzover zij zich in het hiervoor bedoelde gebied bevinden, ramen en deuren te sluiten en gesloten te houden en zich in hun woning gebouw of gebouw op te houden tot een nader door de burgemeester bekend te maken tijdstip.