Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.3.

Afhandelen van aanvragen om vergunning

Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening

1.. De in deze verordening bedoelde ontheffingen en vergunningen dienen door de exploitant of door de verantwoordelijke persoon schriftelijk te worden aangevraagd. 2.. Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2.1.1 moeten worden gedaan door middel van de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde formulieren. 3.. Indien de exploitant of de in deze verordening genoemde verantwoordelijke persoon de in het tweede lid bedoelde formulier niet volledig heeft ingevuld dan wel niet alle daarin gevraagde gegevens heeft verstrekt dan wordt de exploitant of verantwoordelijke persoon of diens gemachtigde door of namens het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de aanvraag aan te vullen of alsnog de gevraagde gegevens te verstrekken. 4.. Artikel 4:5.2 van de A.W.B. is overeenkomstig van toepassing met dien verstande dat de aanvrager 4 weken de tijd krijgt om de aanvraag aan te vullen met een vertaling. 5.. Bij het indienen van een aanvraag moet een bij de legesverordening vastgesteld bedrag worden voldaan. 6.. Indien de aanvrager de in het eerste en tweede lid bedoelde formulieren niet volledig heeft ingevuld dan wel niet alle daarin gevraagde gegevens heeft verstrekt of het in lid 5. bedoelde bedrag niet heeft voldaan besluit het bevoegd gezag dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen. Artikel 4:5 van de A.W.B. is hierbij overeenkomstig van toepassing. 7.. Ten aanzien van het voornemen om het verzoek om vergunning of ontheffing of de aanwijzing geheel of gedeeltelijk af te wijzen, stelt het college van burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid binnen 2 weken na schriftelijke mededeling daarvan, om zijn zienswijze naar voren te brengen, artikel 4:7 van het A.W.B. is overeenkomstig van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel