Het is verboden stoffen als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit 2003 in, op of nabij een inrichting aanwezig te hebben.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
het voorhanden hebben voor huishoudelijke en al het andere niet-bedrijfsmatige gebruik van de in het eerste lid bedoelde stoffen, indien dit de in bijlage 5 van de bouwverordening aangegeven maximum hoeveelheden niet overschrijdt;
het voorhanden hebben van de in het eerste lid bedoelde stoffen in een inrichting waarvoor een vergunning overeenkomstig artikel 2.1.1 is verleend;
de brandstof die niet in grotere hoeveelheden en niet op andere wijze is opgeslagen dan is voorgeschreven in bijlage 6, artikel 3.4., van de bouwverordening;
de brandstof in het reservoir bij een verbrandingsmotor;
de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander warmteontwikkelend toestel.
Bij het bepalen van de hoeveelheden als bedoeld in het tweede lid, onder a, worden de inhoudsmaten van vaatwerk dat gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof als bedoeld in dat lid volledig meegerekend.
Artikel 2.2.3. Opslag en verwerking stoffen
Stoffen als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit 2003 moeten worden opgeslagen volgens de in bijlage 6 van de bouwverordening aangegeven wijze.
Paragraaf 3 Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand
Hoofdstuk
Artikel 2.2.2.
Verbod stoffen aanwezig te hebben
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening