In de inrichting waar de activiteiten plaatsvinden waarop de vergunning betrekking heeft of tijdens de activiteit waarvoor ontheffing is verleend moet de vergunning respectievelijk de ontheffing aanwezig zijn, en moet op verzoek van degene die is belast met het toezicht, als bedoeld in artikel 4.4.5. van deze verordening, ter inzage worden gegeven