Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.4.7.

Betreden inrichtingen en woningen, andere gebouwen en terreinen

Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening

1.. Personen, die bij of krachtens wettelijk voorschrift zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en opsporingsambtenaren, die voor zover zij belast zijn met de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, zijn bevoegd elke plaats te betreden, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner. 2.. Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. 3.. De in het eerste lid bedoelde last is ten allen tijde uitvoerbaar. 4.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet ten aanzien van die ruimten waarvan het betreden of binnentreden, buiten het geval van ontdekking op heterdaad, voor het opsporen van een strafbaar feit ingevolge het bepaalde in artikel 12. van de Algemene Wet op het binnentreden niet is toegelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel