Het college stelt jaarlijks voor 15 december voorlopig vast het
aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor
basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een
school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en
voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet
speciaal onderwijs in het daaropvolgende schooljaar aanspraak
maakt.
Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het
aantal leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op
de school staat ingeschreven.
Op basis van het aantal klokuren stelt het college voor 31
december een rooster op voor het gebruik van de lokalen
bewegingsonderwijs, waarbij het college rekening houdt met de
volgende uitgangspunten:
de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik
van een lokaal bewegingsonderwijs, bedoeld in bijlage I, deel
B;
een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het lokaal
bewegingsonderwijs wordt voor de school als eerste ingeroosterd
voor het lokaal bewegingsonderwijs, en
het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs.
Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig
is vastgesteld, voor 15 januari in kennis van het rooster.
Hierbij worden per school de volgende gegevens vermeld:
het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd;
het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het bewegingsonderwijs is
toegewezen, en
de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik
plaatsvindt.
De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 1 maart reageren op het
voorstel.
Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een
overleg over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor
15 februari. In het overleg kunnen de vertegenwoordigers van de
bevoegde gezagsorganen reageren op het voorstel.
Het college stelt het rooster voor 15 maart definitief vast en
houdt hierbij rekening met de reacties van de bevoegde
gezagsorganen.
Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te
roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is
vastgesteld.
Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid
uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit
beschikbaar is. Het aantal klokuren dat door het college extra
wordt ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van
de school.
Het college behoudt zich het recht voor om, in tegenstelling tot
bovenstaande inroostering door het college, de inroostering over
te laten aan de scholen, die binnen een wijk van één of meerdere
gymzalen gebruik maken.
Hoofdstuk 6
Artikel 29
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2014