De ambtenaar die, met overschrijding van zijn bevoegdheid of zonder inachtneming van de bij de wet bepaalde vormen, in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, diens ondanks binnentreedt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
Woning
In de Awob staan een aantal voorwaarden die in acht moeten worden genomen wanneer een woning wordt betreden, o.a. legitimatie, doel van komst mededelen en toestemming vragen voor het binnentreden. Hierover dient expliciet gerapporteerd te worden. De grondwet of andere wetten geven geen definitie van het begrip woning. Bij de totstandkoming van de wet Awob werd een woning omschreven als een van de
buitenwereld afgesloten plaats waar iemand zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden, alsmede alle ter beschikking en ten gebruik van de bewoner staande besloten ruimten die binnenshuis gemeenschap hebben met de woning, zonder dat daarvoor andermans gebied behoeft te worden betreden.
Bij een woning denkt men in eerste instantie aan een eengezinswoning, flat of etagewoning.
Daarnaast kunnen onder deze omschrijving ook woonwagens, caravans of kajuiten op
binnenvaartschepen, hotelkamers, kelders en inpandige garages vallen. Deze plaatsen
moeten derhalve als woning in gebruik zijn.
Kamerbewoner
In een woning kunnen ook meerdere woningen zijn. Deze situatie doet zich voor wanneer de
hoofdbewoner 1 of meerdere kamers verhuurd heeft.
De hoofdbewoner heeft dan geen zeggenschap meer over de kamer die hij aan ander
verhuurt. De betreffende kamer kan dan alleen betreden worden met toestemming van de
kamerbewoner. De kamer wordt namelijk gezien als een woning van de (onder)huurder en
in zo'n situatie geldt dan voor controleambtenaren en bijstandsconsulten dat zij zich eerst
legitimeren, mededeling doen van het doel en toestemming vragen om de kamer te mogen
te betreden.
Bewoner van de woning
Voor het betreden van een woning wordt toestemming gevraagd aan de bewoner.
Wie wordt als bewoner aangemerkt?
Ieder lid van het gezin of andere samenlevingsvorm, ongeacht leeftijd, wordt als bewoner aangemerkt en kan toestemming verlenen om de woning te betreden. Het is wel van belang dat van het gezinslid inzicht mag worden verwacht in de situatie. Van bijvoorbeeld een minderjarig kind of een geestelijk beperkt gezinslid mag dit niet worden verwacht. Het kan voorkomen dat de ene partner wel toestemming verleent voor het betreden van de woning en de andere partner het binnentreden weigert. In zo’n situatie prevaleert het verbod boven de toestemming. Men moet er dan vanuit gaan dat geen toestemming tot het betreden van de woning is verkregen.
Hoofdstuk 3:
Artikel 370
Wetboek van Strafrecht - Onrechtmatige binnentreding
Onderdeel van BELEIDSREGELS HUISBEZOEK HELMOND 2015