**1..** Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor zover vastgesteld is dat:
een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
een algemene voorziening die niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag;
de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag te beantwoorden.
**2..** Hierbij houdt het college rekening met:
de godsdienstige gezindte, levensovertuiging en culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders;
de persoonlijke wensen van de jeugdige en zijn ouders.
**3..** De beoordeling van gebruikelijke zorg wordt gebaseerd op de Beleidsregels AWBZ en hoofdstuk 4 van de CIZ Indicatiewijzer, een en ander voor zover het een voorziening betreft die nu onder de Jeugdwet valt en voor zover van toepassing op de jeugdige.
**4..** Met instemming van de jeugdige of zijn ouders kan, vooruitlopend op nieuw vast te stellen beleid een voorziening worden verstrekt waarbij gemotiveerd wordt afgeweken van het bepaalde in lid 3.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.
Artikel 3.9
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp Zeewolde 2015