**1..** Burgemeester en wethouders kunnen vergunning verlenen dat gedenktekenen op graven worden aangebracht, zulks onder nader door hen te bepalen voorschriften en tegen betaling van het deswege ingevolge de verordening begrafenisrechten verschuldigde bedrag.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen, onder nader door hen te bepalen voorwaarden aan steenhouwers en daarmee gelijk te stellen personen, vergunning verlenen om werkzaamheden voor derden op de begraafplaats te verrichten.
**3..** Een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, wordt ten aanzien van een bijzonder graf uitsluitend verleend aan de rechthebbende op het graf. Een vergunning voor een gedenkteken op een bijzonder graf blijft van kracht, zolang de rechthebbende op het graf of een van zijn rechtverkrijgenden het uitsluitend recht tot het doen begraven van een stoffelijk overschot in dat graf heeft. Een vergunning voor een gedenkteken op een algmeen graf blijft van kracht tot aan het einde van het tienjarig tijdvlak waarin het graf niet mag worden geruimd.
**4..** Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt het voorschrift verbonden, dat op het aanbrengen en hebben van een gedenkteken van toepassing zijn de bepalingen van deze verordening, zoals deze luiden
ten tijde van het verlenen van de vergunning of na eventuele wijziging of vernieuwing van de verordening zullen luiden.
**5..** Door gebruik te maken van de vergunning, verleend ten aanzien van een bijzonder graf, wordt de rechthebbende op het graf en door gebruik te maken van de vergunning, verleend ten aanzien van een algemeen graf, wordt de houder van de vergunning geacht tegenover de gemeente Halderberge afstand te hebben gedaan van alle aanspraken op vergoeding van schade en de gemeente te vrijwaren voor alle vorderingen, welke derden kunnen doen gelden tot vergoeding van schade, een en ander voor wat betreft schade, welke in enigerlei verband staat met het verlenen van de vergunning.
**6..** Door gebruik te maken van de vergunning, verleend ten aanzien van een bijzonder graf, wordt de rechthebbende op het graf en door gebruik te maken van de vergunning, verleend ten aanzien van een algemeen graf, wordt de houder van de vergunning geacht;
zich te hebben verbonden om, wanneer de vergunning haar kracht zal hebben verloren, het gedenkteken op eerste vordering van burgemeester en wethouders te verwijderen;
de gemeente het recht te hebben verleend om bij nalatigheid zijnerzijds het gedenkteken te doen verwijderen en vernietigen; afstand te hebben gedaan van zijn eigendomsrechten op hetgeen overeenkomstig deze bepaling van gemeentewege is verwijderd en vernietigd.
Hoofdstuk 6
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaats Oudenbosch