Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2015

1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een burgerlid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 5. Een burgerlid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 6. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van burgerleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel