Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2015

De belasting wordt geheven naar de heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. Ingeval geen heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. De belasting bedraagt bij een waarde: tot en met € 63.000,00 € 66,95 van € 63.001,00 tot en met € 142.000,00 € 136,85 van € 142.001,00 tot en met € 245.000,00 € 375,25 van € 245.001,00 tot en met € 400.000,00 € 509,10 € 400.001,00 of meer € 637,30

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel