• - In aanvulling op artikel 2.3 van de wet kan een jeugdige in aanmerking komen voor opvang als de jeugdige;
    • - feitelijk of residentieel dakloos is, al dan niet voorafgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek, of aan detentie, en
    • - beperkt zelfredzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden, en
    • - niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen.
  • - In aanvulling op artikel 2.3 van de wet en het gestelde in het eerste lid, kan een jeugdige in aanmerking komen voor beschermd wonen als:
    • - de jeugdige een psychiatrische aandoening heeft, en
    • - er voor de jeugdige sprake is van noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychiatrische aandoening, en
    • - de jeugdige niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.