**1..** Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
van de aanvraag, voor zover in deze verordening of in andere wet- of
regelgeving geen andere termijn is bepaald voor het nemen van het
betreffende besluit.
**2..** Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
verdagen.
**3..** In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vijfde lid,
of een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, zesde lid, artikel
2:11, tweede lid, artikel 2:25, artikel 4:11 of artikel 5:19.
**4..** In afwijking van het eerste lid wordt op de aanvraag van een
vergunning voor het geven van circusvoorstellingen beslist aan het
eind van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de vergunning
wordt aangevraagd.