Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
weg, de bruikbaarheid van de weg (inclusief het
doelmatig en veilig gebruik daarvan) belemmert of kan
belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
voor het beheer of onderhoud van de weg;
het beoogde gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand.
[Gereserveerd].
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
uitstallingen en reclameborden.
In verband met de belangen genoemd in het eerste en derde lid,
alsmede die genoemd in artikel 1:8 van deze verordening, en het
belang van een eerlijke en evenwichtige verdeling van de
beschikbare plaatsingsmogelijkheden, kan het bevoegd
bestuursorgaan nadere regels stellen ten aanzien van
verwijsborden en borden ten behoeve van al dan niet tijdelijke
reclame-uitingen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking
hebben op:
het aantal borden en de locaties waar zij mogen worden
geplaatst;
b. de periode gedurende welke de borden mogen worden geplaatst, waarbij
onderscheid kan worden gemaakt naar categorieën van aanvragers en
activiteiten;
omvang, materiaal en vormgeving van de borden;
wijze van bevestiging van de borden;
de termijn waarbinnen melding moet worden gedaan van het
voornemen om borden te plaatsen of ontheffing wordt aangevraagd
als bedoeld in het vijfde lid. Bij de melding of aanvraag moet
in ieder geval worden aangegeven gedurende welke periode, op
welke plaatsen en voor welk doel men de borden wil
plaatsen.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van
het verbod in het eerste lid.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen
voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover
dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2,
eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing
op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een
vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Het verbod in het eerste lid van dit artikel is niet van
toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
Wegenverkeerswet 1994 of de Provinciale
Wegenverordening.
Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
toepassing.
AFDELING 5
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Soest