Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een
individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande
vorderingen.
Voor openstaande vorderingen betreffende:
onroerende zaakbelasting eigenaren;
precariobelasting;
hondenbelasting;
rioolheffing;
afvalstoffenheffing; en
bijstandsverstrekking,
wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan €
10.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte
van het historische percentage van oninbaarheid.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiele verordening 2015