Het college gaat niet over tot terugvordering van loonbelasting en premies volksverzekeringen, als bedoeld in artikel 58 lid 5 van de wet, en artikel 25 lid 4 van de Ioaw en Ioaz tenzij:
De vordering waarop de loonbelasting en premies volksverzekeringen betrekking heeft (mede) is ontstaan door tekortschietend betoond besef van verantwoordelijkheid voor de voorzieningen in het bestaan, of;
De vordering waarop de loonbelasting en premies volksverzekeringen betrekking heeft (mede) is ontstaan door het niet, niet tijdig of onvoldoende nakomen van de verplichtingen uit de wet en/of uit de gemeentelijke verordeningen als bedoeld in de artikelen 8 en 8a van de wet of;
De debiteur over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de wet beschikt of kan beschikken, waardoor debiteur redelijkerwijs had kunnen weten dat teveel of ten onrechte bijstand is verstrekt, en debiteur deze middelen niet heeft aangewend ter aflossing van teveel of ten onrechte verstrekte bijstand.
Hoofdstuk 3
Artikel 4