Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Loonkostensubsidie en scholingsbudget

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2015

1.. Op grond van artikel 32 van de Participatieverordening, kan het college aan een werkgever die een uitkeringsgerechtigde in dienst neemt voor de duur van tenminste zes maanden, eenmalig een budget verstrekken ter hoogte van maximaal € 7.000,- als loonkostensubsidie en/of scholingsbudget, ten behoeve van het vervullen van de functie. 2.. Het college kan de hoogte van de loonkostensubsidie en/of het scholingsbudget, welke voorafgaand aan het dienstverband wordt vastgesteld, lager vaststellen dan het maximum bedrag als bedoeld in het eerste lid. 3.. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, wordt door het college meegewogen in hoeverre de uitkeringsgerechtigde begeleid dient te worden, de duur van de overeenkomst en de inzet van andere werkgeversvoorzieningen. 4.. De uitbetaling van de loonkostensubsidie als bedoeld in het eerste lid, vindt driemaandelijks- en in gelijke delen plaats, voor het eerst drie maanden na het aangaan van het dienstverband, tenzij het college anderszins bepaalt. 5.. De uitbetaling van het scholingsbudget als bedoeld in het eerste lid, vindt in beginsel plaats na inlevering van de factuur. Deze dient betrekking te hebben op de kosten van de ingezette scholing. 6.. Indien het dienstverband binnen zes maanden eindigt, vindt betaling van de vergoeding naar rato plaats voor geheel gewerkte maanden. Indien binnen deze maanden de werkgever het scholingsbudget (aantoonbaar) heeft aangewend en de (voormalig) uitkeringsgerechtigde de ingezette scholing heeft afgerond, behoeft het verstrekte scholingsbudget door de werkgever niet te worden terugbetaald.

Rechtspraak bij dit artikel