**1..** Het college beoordeelt binnen de kaders van de Verordening Individuele Minima Toeslag en aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval, of de aanvrager geen zicht heeft op inkomensverbetering. Hierbij neemt het college in ieder geval in aanmerking:
de krachten en bekwaamheden van de aanvrager;
de inspanningen die de aanvrager heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
**2..** Indien belanghebbende volledig is vrijgesteld van de arbeidsverplichting vanuit enige sociale wet- of regelgeving, acht het college de krachten en bekwaamheden van belanghebbende onvoldoende om zicht te hebben op inkomensverbetering.
**3..** Naar het oordeel van het college heeft de belanghebbende, binnen zijn krachten en bekwaamheden, voldoende inspanningen verricht om tot inkomensverbetering te komen indien belanghebbende:
volledige of gedeeltelijke arbeidsplicht heeft op grond van enige sociale wet,- en regelgeving; of,
inkomsten uit arbeid heeft.
**4..** De belanghebbende als bedoeld in het tweede en derde lid, heeft recht op de Individuele Minima Toeslag, indien hij voldoet aan de voorwaarden als genoemd in de Verordening Individuele Minima Toeslag.
**5..** Naar het oordeel van het college heeft de belanghebbende die een opleiding als bedoeld in de WTOS, een studie als bedoeld in de WSF 2000 dan wel van andere uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt, zicht op inkomensverbetering en maakt derhalve geen aanspraak op de Individuele Minima Toeslag.
**6..** Het vijfde lid is niet van toepassing op de belanghebbenden die één of meer inwonenden kinderen heeft in de leeftijd van 4 tot en met 17 jaar.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4
Artikel 4.4.2
Zicht op inkomensverbetering
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Nissewaard 2015