Het verrichten van mantelzorg, als bedoeld in artikel 1 sub b van de verordening, kan alleen grond bieden om geen tegenprestatie op te leggen als de hulpbehoevende in het bezit is van een indicatie (Wmo of AWBZ), waaruit de noodzaak blijkt tot het verrichten van mantelzorg van langer dan 8 uur per week, of als anderszins de noodzaak tot het verrichten van mantelzorg voor langer dan 8 uur per week is gebleken.