**1..** De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is
verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar.
**2..** De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdeel b, is
verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht met
betrekking tot het eigendom voor de heffing als bedoeld in artikel 3,
eerste lid, onderdeel b, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
de heffing verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de
belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de heffing als
bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, in de loop van het
belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in
dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
**3..** Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige
binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik
neemt.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010