Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen.
Dit is het geval indien een persoon op de datum van de aanvraag:
18 jaar of ouder is en
recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming
op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten en
geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel
34 van de Participatiewet heeft en
een persoon is van wie is vastgesteld dat hij vanwege een
medische urenbeperking of arbeidsbeperking met voltijdse
arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
heeft.
Het college stelt nadere regels over de wijze waarop de in lid 1 van
dit artikel genoemde criteria worden beoordeeld.
Artikel 2.
Doelgroep Individuele Studietoeslag
Onderdeel van Verordening Individuele Studietoeslag Veenendaal 2015