Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Verhogingscriteria

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2007

1.. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 3.. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander, die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: niet ten laste komende kinderenmet een inkomen van ten hoogste de norm als bedoeld in artikel 21 van de wet vermeerderd met de gemeentelijke toeslag in artikel 3 lid 2 van deze verordening. de alleenstaande of alleenstaande ouder, die verzorgingsbehoevende is dan wel in wiens woning een verzorgingsbehoevende zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel