**1..** De schuldbemiddeling kan worden beëindigd indien:
een advies is afgegeven;
een stabiele situatie is gecreëerd;
een betalingsregeling is getroffen met de schuldeisers;
een minnelijke schuldregeling is doorlopen;
het niet mogelijk is gebleken om een schuldregeling tot stand te brengen;
een Wsnp-verklaring is afgegeven;
schuldenaar de verplichtingen, zoals weergegeven in de artikelen 6 en 7 van de wet of artikel 5 van deze beleidsregels, niet of in onvoldoende mate is nagekomen;
schuldenaar zich agressief of gewelddadig heeft gedragen, zoals gedefinieerd in het Agressieprotocol van de gemeente;
schuldenaar hiertoe een schriftelijk verzoek is ingediend;
schuldenaar is overleden;
schuldenaar zelf in staat is om zijn schulden te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
schuldenaar is verhuisd naar een andere plaats buiten het werkgebied van de gemeente;
schuldenaar niet of onvoldoende beschikt over voor de schuldbemiddeling in aanmerking te nemen inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Wet werk en bijstand;
**2..** De schuldbemiddeling wordt ook beëindigd indien voortzetting hiervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de gemeente kan worden gevergd.
**3..** Alvorens, ingevolge het eerste lid onder g te besluiten tot beëindiging, wordt verzoeker een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Beëindiging van de schuldbemiddeling
Onderdeel van Beleidsregels schuldbemiddeling 2015