Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Beëindiging van de schuldbemiddeling

Onderdeel van Beleidsregels schuldbemiddeling 2015

1.. De schuldbemiddeling kan worden beëindigd indien: een advies is afgegeven; een stabiele situatie is gecreëerd; een betalingsregeling is getroffen met de schuldeisers; een minnelijke schuldregeling is doorlopen; het niet mogelijk is gebleken om een schuldregeling tot stand te brengen; een Wsnp-verklaring is afgegeven; schuldenaar de verplichtingen, zoals weergegeven in de artikelen 6 en 7 van de wet of artikel 5 van deze beleidsregels, niet of in onvoldoende mate is nagekomen; schuldenaar zich agressief of gewelddadig heeft gedragen, zoals gedefinieerd in het Agressieprotocol van de gemeente; schuldenaar hiertoe een schriftelijk verzoek is ingediend; schuldenaar is overleden; schuldenaar zelf in staat is om zijn schulden te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; schuldenaar is verhuisd naar een andere plaats buiten het werkgebied van de gemeente; schuldenaar niet of onvoldoende beschikt over voor de schuldbemiddeling in aanmerking te nemen inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Wet werk en bijstand; 2.. De schuldbemiddeling wordt ook beëindigd indien voortzetting hiervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de gemeente kan worden gevergd. 3.. Alvorens, ingevolge het eerste lid onder g te besluiten tot beëindiging, wordt verzoeker een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.

Rechtspraak bij dit artikel