Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van nr 09.03 Bomenverordening Zevenaar 2007

In deze afdeling wordt verstaan onder: a.houtopstand: één of meer bomen of boomvormers zowel vitaal als afgestorven, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen een struweel. b.waardevolle/monumentale boom:bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving. c.vellen: rooien; kappen; verplanten; kandelaberen; het verrichten of nalaten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. d.dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. e.rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand. f.kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand. kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld overeenkomstig artikel 1 lid 5 van de Boswet. i.boomwaarde de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. j.bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel