In deze regeling wordt verstaan onder:
Directie: de gemeentesecretaris/ algemeen directeur.
Griffier: de medewerker als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.
Budget: middelen die via de programmabegroting en productraming zijn toegekend voor het realiseren van een taakstelling uitgedrukt in een samenhangend geheel van doelstellingen, activiteiten, resultaat en prestatieafspraken.
Krediet: de beschikbaar gestelde middelen voor eenmalige investeringen.
Hoofdbudgethouder: de medewerker die uit hoofde van zijn functie verantwoordelijk is voor beheersing van het totale budget van de gemeente.
Budgethouder: de medewerker die uit hoofde van zijn functie verantwoordelijk is voor beheersing van een budget waarvoor hij is aangewezen.
Deelbudgethouder: de medewerker die voor de beheersing van een deel of delen van een budget als budgethouder is aangewezen.
Hoofd administratie: de medewerker die belast is met het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens gericht op het verstrekken van door het bestuur of management gevraagde informatie.
Hoofd financiën: de medewerker belast met de ontwikkeling van een samenhangend, integraal middelenbeleid (kaders) voor het realiseren van de doelen en taken van de organisatie.
Budgettering: instrument waarmee het college de bevoegdheid voor het leveren van bepaalde prestaties of het uitvoeren van bepaalde activiteiten overdraagt aan het ambtelijke apparaat en waarbij ook de bevoegdheid wordt verleend daarbij de beschikbaar gestelde middelen in te zetten.
Programma: een samenstel van doelen, prestaties en activiteiten op basis waarvan de raad de benodigde middelen beschikbaar stelt.
Product: een in de productenraming opgenomen samenstel van activiteiten, meetbaar gemaakt in tijd, geld en kwaliteit. Niveau waarop het college de productraming vaststelt, gebaseerd op de door de raad vastgestelde programmabegroting.
Hoofdkostenplaats: een in de productenraming specifiek aangegeven verzameling van lasten en baten die door middel van de kostenverdeelstaat wordt toegerekend aan de producten of kredieten.
Hulpkostenplaats: een in de productenraming specifiek aangegeven verzameling van lasten en baten die door middel van de kostenverdeelstaat wordt toegerekend aan de hoofdkostenplaats.
Toeleverancier: het hoofd van een afdeling, dat activiteiten verricht voor een product of project waarvoor het hoofd geen budgethouder is.
Dienstverleningsovereenkomst (DVO): een bijzondere vorm van ondermandaat, waarbij de budgethouders afspraken maken met de toeleverancier over te leveren diensten.
Projectleider: verantwoordelijke voor een vooraf genoemd project met de daarbij behorende budgetten. Een project is een eenmalige vernieuwing, verbetering of verandering die door een nieuw, tijdelijk samenwerkingsverband (projectorganisatie) wordt gerealiseerd.
Mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen (artikel 10:1 Algemene wet bestuursrecht).