Een goede fysieke leefomgeving moet er toe leiden dat bewoners en gebruikers van de openbare ruimte hun leefomgeving als schoon en aantrekkelijk ervaren, zodat ze er graag wonen, werken en verblijven. Daarbij gaat het om bijvoorbeeld milieuaspecten, zoals geluid- en stankoverlast, de aanpak van bodemvervuiling, veiligheidsrisico's van bedrijvigheid en afvalinzameling, maar ook over de aanwezigheid en kwaliteit van groen en de bebouwing in de leefomgeving. Ook de Drank- en horecawet en APV vallen onder de paraplu van de fysieke leefomgeving en vormen onderdeel van dit beleidsplan.
**2.1.** De WABO/Bor en Wro en de wet VTH rechten zich onder andere op borging van de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Naast het stellen van eisen aan de kwaliteit en de kwantiteit van de uitvoerende organisatie, richt de wet zich op een gesloten cirkel van een beleidscyclus en uitvoeringscyclus (visie, doelen, en prioriteiten, strategie, programma en verslag, evaluatie, werkwijze, uitvoering en monitoring).
De Omgevingswet richt zich op het vereenvoudigen van regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving in de meest brede zin van het woord. Het doel van de Omgevingswet is ruimte creëren waardoor slagvaardig en flexibel kan worden ingespeeld op initiatieven. De basis is vertrouwen in plaats van vanuit wantrouwen zoveel mogelijk regels opstellen.
**2.2.** De fysieke leefomgeving en het coalitieprogramma
In het coalitieprogramma 2014-2018 en het hierop aansluitende collegeprogramma staat over de fysieke leefomgeving het volgende opgenomen. Vergunningverlening, toezicht en handhaving vinden gestructureerd en consequent plaats op basis van actuele wetgeving. Regelgeving wordt waar mogelijk vereenvoudigd ten dienste van burgers, bedrijven en organisaties. Binnen de bebouwde kom vindt alleen nieuwbouw plaats bij herstructurering. Buiten bebouwde kom vindt alleen nieuwbouw plaats in Meerburg en Zwethof.
Nieuwe vormen van bedrijvigheid kunnen zich voldoende ontwikkelen binnen de bestaande planologische kaders.
Het bestuur wil in een vroegtijdig stadium in gesprek gaan met burgers, instellingen en bedrijven, hen uit nodigen en faciliteren om gezamenlijk initiatieven op te pakken en te ontwikkelen. Daarnaast worden burgers vroegtijdig betrokken bij veranderingen in de woonomgeving. Zij worden vervolgens goed geïnformeerd over de besluitvorming hierover.
De economische en recreatieve functie van het Groene Hart wordt bevorderd. Er vindt een dialoog plaats met agrariërs en andere betrokkenen over intensieve veehouderij, landschappelijke inpassing, dierenwelzijn, milieu en recreatieve ontwikkelingen. Daarnaast wordt aangegeven dat het Groene Hart zijn karakter dient te behouden.
Afvalinzameling is ingericht met focus op recycling. Burgers en bedrijven worden gestimuleerd om afvalstromen zoveel mogelijk bij de bron aan te pakken.
Er moet aandacht zijn voor leefbaarheid en voldoende ruimte voor groen en speelgelegenheid.
Rode draad in deze kaders is vereenvoudiging van regelgeving ten behoeve van de burgers en bedrijven waardoor initiatieven en bedrijvigheid zich kunnen ontwikkelen. Daarnaast ligt de focus op het behoud van het landelijk gebied.
Uit deze zaken vloeit voort dat vergunningverlening, toezicht en handhaving gestructureerd plaats moeten vinden en het landelijk gebied behouden dient te worden met oog voor de belangen van agrariërs, dierenwelzijn, milieu en recreatieve ontwikkelingen.
**2.3.** De fysieke leefomgeving en de gebruikers
Binnen de fysieke leefomgeving moet het belang van alle gebruikers zo goed mogelijk worden gediend. Het mag duidelijk zijn dat deze belangen zeer tegenstrijdig kunnen zijn. Dat wat voor de ene inwoner belangrijk is, kan voor de ander van zeer ondergeschikt of geen belang zijn.
De roep om een terugtredende overheid is groot. Dit uit zich in de grote vraag naar deregulering. De burger vraagt om meer vrijheid en minder regeldruk, maar vraagt wel om een waarborging van de fysieke veiligheid en de volksgezondheid en leefbaarheid als basis. Dit wordt bevestigd op momenten dat zich een incident voor doet in de fysieke leefomgeving.
De overheid heeft daarom in haar terugtredende rol vooral een taak waar het gaat om de veiligheid en de volksgezondheid en leefbaarheid en gaat uit van vertrouwen. Dit uit zich onder andere in de uitbreiding van de mogelijkheid voor vergunningvrij bouwen, het steeds ruimer worden van het gebied voor welstandsvrij bouwen etc.
Inwoners en bedrijven beseffen steeds meer dat zij zelf de eigenaar zijn van de fysieke leefomgeving en zij voelen zich steeds meer verantwoordelijk voor een goede staat van deze leefomgeving. Rekening houdend met de eigen belangen en die van andere inwoners en bedrijven. Dit schept ruimte voor initiatieven en brengt verantwoordelijkheid met zich mee ten opzichte van anderen.