De in artikel 2, lid 1, bedoelde subsidie wordt verleend aan de hierna genoemde verenigingen:
- - zang- en oratoriumverenigingen;
- - accordeonverenigingen en orkesten, niet genoemd onder c;
- - harmonie- en fanfareorkesten, brassbands en de daaraan verbonden of zelfstandige drumbands, alsmede de aan orkesten of drumbands verbonden majorettekorpsen;
- - toneel- en cabaretverenigingen;
- - volksdansverenigingen;
- - operette- en musicalverenigen.
HOOFDSTUK 2 BEPALINGEN M.B.T. DE SUBSIDIEUITGANGSPUNTEN