Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Laarbeek

1.. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet, wordt een verlaging toegepast die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 2.. De verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld: bij een periode tot 3 maanden: twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; bij een periode van 3 tot 6 maanden: twintig procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden; bij een periode van 6 maanden en langer: twintig procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden. 3.. Indien geen benadelingsperiode kan worden vastgesteld, bedraagt de verlaging twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand. 4.. Bij een combinatie van algemene en bijzondere bijstand wordt de verlaging toegepast op de algemene bijstand. 5.. In afwijking van het eerste lid geldt, dat bij het onverantwoord interen van het eigen vermogen een verlaging wordt toegepast van twintig procent over een zodanige periode dat het bedrag van de verlaging gelijk is aan de bijstand die als gevolg van het te snel interen extra is verstrekt, doch maximaal vijf jaar. 6.. Onder onverantwoord interen van het eigen vermogen wordt verstaan een besteding aan algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, welke omgerekend per maand meer bedraagt dan 1,5 maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm, zo nodig aangevuld met een bedrag voor de ziektekostenverzekering. 7.. In afwijking van de voorgaande leden kan de bijzondere bijstand of de individuele inkomenstoeslag worden geweigerd, indien het beroep op bijzondere bijstand dan wel de individuele inkomenstoeslag het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel