1. Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden
tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze
terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het
college.
2. In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen
brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag
uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de ambtenaar
van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de administratie en de
beheersdaden zijn gecontroleerd, het hoofd van de dienst waar de ambtenaar
werkzaam is en het hoofd Financiën en Bestuurszaken dan wel andere daarvoor
in aanmerking komende ambtenaren.
3. De controleverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met de
mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.
4. De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de
jaarstukken het verslag van bevindingen met de accountantscommissie uit raad
en, indien een raadslid dit wenst, met de raad.