1.Voor openstaande vorderingen inzake belastingen en retributies wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Hiervoor wordt de volgende staffel gehanteerd:
3 jaar en ouder 100 % van het openstaande saldo
2 jaar 85 % van het openstaande saldo
1 jaar 45 % van het openstaande saldo
< 1 jaar 2,6 % van het openstaand saldo
Waarvan het laatste percentage (voor posten < 1 jaar openstaand) jaarlijks bij de jaarrekening wordt berekend door het gemiddelde percentage van de werkelijk oninbaar geboekte vorderingen van de vijf jaar voorafgaand aan het laatste aanslagjaar te nemen.
2. Voor de debiteuren sociale zaken (bijstandsverstrekking) wordt 100 % van de openstaande debiteuren voorzien.
3. Voor de niet in het eerste en tweede lid genoemde vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd voor 100 % van de openstaande posten ouder dan 3 jaar. Openstaande posten van het Rijk en andere overheden worden hierin niet meegenomen. Openstaande posten
van > € 25.000 waarvan de incasso discutabel is, worden geheel opgenomen.
Hoofdstuk
Artikel 9
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening 212 / 2015