In aanvulling op artikel 3.1. van de verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor een woonvoorziening als hij
aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van zijn woning, en
alles heeft gedaan om een geschikte woning te bewonen, of
een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige gedragsstoornis heeft met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon met beperkingen tot rust kan komen.
Een cliënt kan alleen voor een woonruimteaanpassing in aanmerking komen wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is.
Een woonvoorziening wordt slechts verstrekt als de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, dan wel voor het logeerbaar maken van een andere woonruimte in de gemeente Alkmaar dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft als het hoofdverblijf van de cliënt in een erkende zorginstelling is.
Hoofdstuk
Artikel 3.7
Aanvullende criteria woonvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Alkmaar 2015