Naar hoofdinhoud
. Een lid van de commissie kan te allen tijde als zodanig door burgemeester en wethouders worden geschorst, nadat de commissie daaromtrent is gehoord. Burgemeester en wethouders onderwerpen de schorsing van het betrokken lid zo spoedig mogelijk aan het oordeel van de gemeenteraad, die na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich voor een uit en door de raad aan te wijzen commissie van drie leden te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap van de commissie vervallen kan verklaren. Paragraaf 5. Slotbepalingen.

Rechtspraak bij dit artikel