Naar hoofdinhoud
1.. Binnen zes weken nadat de opdracht is verstrekt organiseert de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie één of meer hoorzittingen, waarin betrokkenen en een of meer ambtelijke vertegenwoordigers van het college in de gelegenheid worden gesteld nadere informatie of standpunten over de aanvraag kenbaar te maken. 2.. De adviseur en/of de leden van de adviescommissie bezichtigen de situatie ter plekke op een door de adviseur te bepalen tijdstip en nodigen de aanvrager daarbij uit. 3.. Van in het eerste lid bedoelde hoorzittingen en van in het tweede lid bedoelde bezichtigingen worden door, dan wel onder verantwoordelijkheid van de adviseur of van de voorzitter van de adviescommissie, verslagen gemaakt die deel uitmaken van het uit te brengen advies. 4.. Voordat een advies wordt uitgebracht zendt de adviseur of de adviescommissie binnen twaalf weken na de (laatste) hoorzitting een conceptadvies aan het college en aan betrokkenen; de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste zes weken verlengen. 5.. Betrokkenen worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending op het conceptadvies te reageren. 6.. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen zes weken na het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarin de betreffende reacties zijn betrokken; de reacties worden als bijlage bij het advies gevoegd. 7.. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn een advies uit aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel