Een gevraagde voorziening wordt niet toegekend of een gevraagde voorziening wordt afgewezen:
indien de een cliënt niet aan het bepaalde in het voorgaande artikel 2.7 leden 1 tot en met 4 voldoet;
indien cliënt geen ingezetene is conform artikel 2.3.5 eerste lid van de wet en de begripsbepaling “ingezetene” van artikel 1.1 van deze verordening;
voor zover er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen of psychische of psychosociale problemen waarvoor de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon met beperkingen of problemen voorafgaand aan het moment van beschikken op de aanvraag heeft gemaakt, tenzij het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven, of het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen;
indien een voorziening reeds eerder krachtens deze, of een eerdere Verordening maatschappelijke ondersteuning is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
indien cliënt niet voldoet aan de in artikel 2.9 van deze verordening gesteldevoorwaarden en verplichtingen;
indien:
de noodzaak tot ondersteuning ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie voor de cliënt redelijkerwijs vermijdbaar was; en
van de cliënt redelijkerwijs verwacht had mogen worden dat hij maatregelen zou hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.8
Weigeringsgronden maatwerkvoorziening
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING PEELGEMEENTE HELMOND 2015