**1..** Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de ingevolge het eerste lid van artikel 5 ingestelde commissie of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt hierover vervolgens advies uit aan de raad. Van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt in het advies.
**2..** Bij de benoeming van een wethouder verricht de door de raad op grond van artikel 82 van de Gemeentewet in te stellen commissie bestuurlijke integriteit, aanvullend een risico-analyse naar de bestuurlijke integriteit van de kandidaat-wethouder. Deze commissie gaat daarbij na of sprake is van ongewenste nevenfuncties, verboden handelingen, strafrechtelijke antecedenten en persoonlijke of financiële belangenverstrengeling en brengt hierover vervolgens advies uit aan de raad. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het advies.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Benoeming wethouders na onderzoek geloofsbrieven en bestuurlijke integriteit
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2015