Naar hoofdinhoud
1.Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats als: het vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben met het omgaan met een persoonsgebonden budget of; op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld de aangevraagde voorziening zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen dient te worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel