Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt het
college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de op
het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd. In dit
overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor het
uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover van
toepassing, afspraken gemaakt over:
het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op het
primair onderwijs, artikel 101 van de Wet op de expertisecentra
en artikel 76n van de Wet op het voortgezet onderwijs;
het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door de
aanvrager worden ingediend;
als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de
toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met inachtneming van
het beschikbaar te stellen bedrag;
de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting
toetst, en of het naar het oordeel van het college noodzakelijk
is bij het toetsen van het bouwplan en de begroting rekening te
houden met feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten
opzichte van het moment waarop het programma is vastgesteld,
waardoor het eerder genomen besluit kan worden herzien;
de controle op en het afleggen van verantwoording over het
besteden van de beschikbaar te stellen middelen;
de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt;
de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het
totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de
kosten van voorbereiding van het bouwplan tot 8 procent (bij
projecten tot een brutovloeroppervlakte van 2.500 m2)
respectievelijk 5% (bij projecten > dan 2.500 m2) van het
geraamde investeringsbedrag.
De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet tot
overeenstemming heeft geleid legt het college schriftelijk vast
in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen 4 weken
na het overleg. Als de aanvrager niet binnen 2 weken nadat het
verslag is ontvangen schriftelijk reageert, wordt, afhankelijk
van de inhoud van het vastgestelde verslag, geacht
overeenstemming of geen overeenstemming te zijn bereikt.
Bij het toepassen van artikel 14, tweede lid, neemt het college
binnen 4 weken nadat overeenstemming is bereikt een beslissing
over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het bepaalde
in artikel 15 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt het
college dit binnen 4 weken nadat het verslag is vastgesteld
schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt gelijktijdig dat
het bekostigen van de uitvoering van de voorziening wordt
opgeschort.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 13.
Overleg wijze van uitvoering
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Voorst 2015