De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle
kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing
minder bedraagt dan € 9,--.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
ander perceel in gebruik neemt.
Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet
geheven.
Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vijfde
lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde
verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.
Hoofdstuk II
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015